Rik Delhaeye

“Het is onverantwoord om geen aandacht te besteden aan de biodiversiteit”

Op de heuvelflank van de Vidaigneberg in Westouter (Heuvelland) ligt de boerderij die Rik Delhaye sinds 1987 uitgebouwd heeft. Hij houdt zo’n 150 vleeskoeien van het West-Vlaamse rode rund op 50 hectare en ook nog in 30 hectare natuurgebied.

Vee in rotatie

Ik leg me toe op het terugkruisen naar het oorspronkelijke dubbeldoeltype, met een fokstrategie zoals die van de veearts Frederik Bakels in Duitsland, en ook de Nederlandse boer Dirk Endendijk met zijn Fries-Hollandse ras. Daarnaast heb ik een aantal rustieke rassen schapen en varkens die ik zo wil fokken dat ze kunnen leven onder buitenomstandigheden. Ik wil evolueren naar een systeem waarin elk stuk grond in een efficiënte rotatie zit: korte verblijven van koeien, varkens of schapen afwisselen met de teelt van voedergewassen (granen, klavers, luzerne, erwten, ….). Op “verloren” hoekjes en stroken komen speciale teelten zoals kruiden voor thee en infusies. De kringloop moet gesloten zijn. Dat betekent ook dat we oogst- en voedseloverschotten willen bewerken en fermenteren om als voeder voor de varkens te benutten.

De uitdagingen in Heuvelland

Veel van mijn percelen liggen in agrarisch gebied met ecologisch belang en in bosgebied vlakbij het Habitatrichtlijngebied “West-Vlaams Heuvelland”. De vruchtbare en hellende leemgronden zijn erosiegevoelig. De rol van de veehouderij in de ammoniakdepositie in nabijgelegen natuurgebied zou hoog zijn, maar ik wil weten hoe houtkanten, heggen, hagen, bomenrijen en dus ook agroforestrypercelen als buffer kunnen fungeren. Ik streef naar een aanpak waarbij het initiatief van de boeren zélf komt. Ik ben er van overtuigd dat we natuurdoelstellingen kunnen realiseren én verder kunnen boeren, want vele percelen hier liggen op Klasse 1-leemgronden. Die zijn rijk aan silicium, en dus zeer waardevol voor voedselproductie. Het zou in mijn ogen onverantwoord zijn om op deze gronden geen voedsel meer te produceren, net zoals het onverantwoord is om geen aandacht te besteden aan ons landschap en de biodiversiteit die het herbergt. 

Samenwerken met de natuur en elkaar

De synergie tussen landbouw en natuur moet je goed aanpakken. Het werkt niet om lukraak te beslissen hoe en waar je de natuur vorm wil geven. In plaats van de natuur te forceren, moet je werken mét en in de natuur. Bekijk voor elk stukje grond wat de reële mogelijkheden zijn en werk daaraan. Zo boek je veel sneller resultaat. Dat past perfect binnen permacultuurprincipes. 

Lees ook  François Ongenaert

Ik ben voorzitter van vzw ’t Boerenlandschap, een lokale vereniging van boeren en burgers die werkt aan het raakvlak tussen landbouw en natuur. Bij aanvang in 2001 schoren we vooral hagen en houtkanten in het buitengebied. In 2004 begonnen we met boerderijcomposteren en de preventie tegen wildschade. We kopen gezamenlijk machines aan zoals drie verschillende soorten haagscheerders, compostkeerders en een schijveneg. Daarmee kan je dwars op helling werken en de grond als het ware laten drijven om naar plateauvorm te gaan. 

Bomen en koeien

Agroforestry bestaat hier al lang. We hebben kilometers hagen aangeplant en onderhouden die in samenwerking met Boerenlandschap en Regionaal Landschap West-Vlaamse Heuvels. De koeien eten ook van die hagen: veldesdoorn, hazelaars in het najaar en ook meidoorn. Ik snoei de hagen niet langs de binnenkant: de koeien eten dat wel op. Een veearts komt vaak stoelgang uit mijn koeien halen om die bij zieke dieren in te brengen, dus ik vermoed dat die boombladeren wel goed zijn voor de darmflora van mijn koeien. 

Een aantal van de oudste hagen wil ik laten doorgroeien tot windscherm. 

Greppels en bermen met bomen

In 2012 wou ik – ingegeven door de Natura 2000-plannen hier – opkomen voor landbouwgrond, maar terwijl mijn bedrijf toch maximaal inpassen in de natuur. Ik dacht eraan om agroforestry ook in de percelen zelf toe te passen met suikeresdoorns. Volgens historische kaarten stond het hier vroeger vol esdoorns rond de boerderijen. 

Door gesprekken met o.a. Wervel evolueerde dat plan en begin 2014 startte ik met de aanleg van contourgreppel-bermen met bomen op een perceel van ruim drie hectare. Deze structuren volgen de hoogtelijnen (contouren) die we eerst met een A-driehoek hadden uitgezet. Het concept is eenvoudig: lange grachten met hellingafwaarts een berm. Bij hevige regenval wordt het water tegengehouden door de greppel, en krijgt het de tijd te infiltreren en het grondwater te herladen. Ik plantte een mix van fruitboomvariëteiten (appel, peer, pruim en kers) op de bermen met om de 10 m een hoogstam fruitboom, met daartussen telkens twee halfstam fruitbomen. Zo buig je het probleem van waterafstroming en erosie om tot een kans om meer voedsel te produceren, te diversifiëren, water beter te benutten, enzovoort. De bomen groeien beter op zo’n berm omwille van de goede drainage en de nutriëntenaccumulatie in de greppel. 

Lees ook  François Ongenaert

Agentschap Natuur en bos

Een jaar later hebben we in samenwerking met onderzoekers en het Agentschap Natuur & Bos een nieuw perceel van ruim vier hectare bijgeplant volgens dezelfde methodiek, maar met verschillende soorten. We gebruikten zwarte els, lijsterbes, boskers en olm om op lange termijn kwaliteitszaaghout te produceren. De bomen staan op 10 meter van elkaar en tussen de rijen zit ongeveer 27 meter. In totaal hebben we zo al meer dan een kilometer greppel-berm gerealiseerd. Ik heb de ambitie dit systeem verder uit te breiden als corridor tussen twee onderdelen van het habitatrichtlijngebied. 

Veerkracht, eco-intensivering en symbiose

Vroeger moest ik de grond regelmatig beregenen voor de opkomst van jonge wortelen. Nu is dat niet meer nodig, want het vocht blijft dankzij de contourgrachten en de capillaire werking langer in de bodem. De humusrijke bodem is ook makkelijker bewerkbaar, waardoor we lichtere machines kunnen gebruiken. Ik wil de bermen ook ecologisch intensiveren door een brede waaier aan teelten te mengen met de bomen. Op een van de bermen staan nu artisjokken, theeplanten en rabarber. Als onderlaag kunnen daar ook eiwitteelten, fruit en productieve heesters bij, of hop aan de achterzijde van de berm. Een klassieke boer zou redeneren dat je oppervlakte verliest met erosieremmende structuren, maar ik doe net het omgekeerde. Ik zorg voor een extra inkomen op de berm via permacultuur en voorzie een divers aanbod van producten die in korte keten worden vermarkt. 

De mycorrhiza zullen dankzij de bomen een boost krijgen. Mycorrhiza zijn schimmels die de wortels van planten en bomen verbinden en een symbiose ermee aangaan. De schimmels ontvangen van de plantenwortel voedingsstoffen om te groeien en geven in ruil minerale voedingsstoffen af die essentieel zijn voor het plantenleven.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Spring naar toolbar